Algemene Rekenkamer | Aandelenverwerving Air France-KLM

Download

Algemene Rekenkamer (2020) Aandelenverwe
Download • 758KB


Titel

Aandelenverwerving Air France-KLM

Auteurs

Algemene Rekenkamer

Type

Onderzoeksrapport

Jaar van publicatie

2020

Samenvatting

In februari 2019 kocht de minister van Financiën met instemming van het kabinet voor € 744 miljoen aandelen in Air France-KLM (hierna AFKL). Deze uitgave was niet voorzien in de door het parlement geautoriseerde begroting van het Ministerie van Financiën. Ook leek het parlement niet vooraf op gangbare wijze geïnformeerd over het aangaan van deze deelneming.


Wij hebben nader onderzoek gedaan naar de verwerving van de aandelen in AFKL. De vraag naar de rechtmatigheid staat hierbij centraal. Het respecteren van het budget- en het informatierecht van het parlement zijn voorwaardelijk aan de rechtmatigheidsvraag.


Het budgetrecht is primair geregeld in de Grondwet en in artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet. Deze regels gaan er vanuit dat uitgaven pas worden gedaan nadat de begrote middelen hiervoor door het parlement zijn geautoriseerd.


Daarnaast gelden er ook andere regels, onder andere in artikel 2.27 en 4.7 van de Comptabiliteitswet. Volgens die regels moet de minister het parlement voorafgaand aan een dergelijke transactie informeren. Deze regels borgen dat het parlement zich eventueel uit kan spreken over de wenselijkheid van de deelneming en over de noodzaak om deze al aan te gaan vóór de benodigde gelden zijn geautoriseerd. Zo komt het parlement niet voor een voldongen feit te staan.


Omdat de minister de verwerving van de aandelen AFKL niet in het openbaar bekend wilde maken, was kennis van de op handen zijnde aandelentransactie koersgevoelige informatie, ook aangeduid als voorwetenschap. Op dat moment zijn de bepalingen uit de Europese Market Abuse Regulation (MAR) van toepassing. Deze leggen vertrouwelijkheidseisen op aan het beschikken over zulke voorwetenschap. De minister oordeelde dat hij het parlement niet op de reguliere wijze kon informeren omdat hij daarmee niet kan voldoen aan de eisen van de MAR. De minister besloot de transactie uit te voeren zonder de Eerste Kamer hierover te informeren. Wel informeerde hij 12 leden van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer in een besloten overleg op het ministerie van Financiën en liet hen hierbij een geheimhoudingsverklaring tekenen. Omdat dit overleg geen formeel Kameroverleg was conform de het Reglement van Orde van de Tweede Kamer beschouwen wij niet alleen de Eerste Kamer, maar ook de Tweede Kamer als niet geïnformeerd. Daarmee is sprake van een in comptabel opzicht onrechtmatige transactie.


Dit oordeel hebben wij ook opgenomen in ons tegelijkertijd met dit rapport gepubliceerde Rapport bij het Jaarverslag van het Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2019. In dat rapport, waarin alle uitgaven, verplichtingen en ontvangsten van het ministerie worden betrokken, geven we ook aan wat de gevolgen hiervan zijn voor ons oordeel over het jaarverslag en de Rijksrekening.


Het budget- en het informatierecht van het parlement zijn belangrijke beginselen van onze parlementaire democratie. Het is zorgelijk als er een cultuur zou ontstaan waarin deze beginselen ondergeschikt zijn aan het behalen van beleidsdoelen. Een correct parlementair proces moet ook bij toepassing van deze Europese regels het uitgangspunt zijn.


In onze parlementaire democratie is het samenspel tussen regering en parlement gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Dat schept gezamenlijke verantwoordelijkheid van parlement en regering. De gedeelde verantwoordelijkheid van regering en parlement impliceert de verantwoordelijkheid van het parlement om ervoor te zorgen dat haar procedures het wederzijds vertrouwen dragen.


Dit alles brengt ons tot de volgende aanbevelingen:


1. We bevelen de minister van Financiën aan om in volgende gevallen het budget- en het informatierecht van beide Kamers van het parlement te respecteren, al dan niet in vertrouwelijke vorm.


2. We bevelen de wetgever (regering en parlement) aan te bezien in hoeverre artikel 4.7 van de Comptabiliteitswet expliciet zou moeten maken dat een voorhangprocedure eventueel ook vertrouwelijk kan worden uitgevoerd, en dat eventueel de termijn van de procedure in overleg tussen minister en parlement kan worden ingekort.


3. We bevelen de Tweede en de Eerste Kamer aan om in overleg met de minister van Financiën de bestaande parlementaire procedures voor informatievoorziening in uitzonderlijke gevallen te evalueren en zo nodig te voorzien in nadere procedures hiervoor.


Bron: Algemene Rekenkamer