Greenpeace begint klimaatzaak vanwege miljardensteun KLM

Bron: Tim Bleeker


Dagblad Trouw vroeg naar mijn mening over de klimaatrechtszaak van Greenpeace tegen de Staat vanwege de miljardensteun voor KLM zonder het stellen van klimaatvoorwaarden.

Tim Bleeker is a PhD-researcher at the University of Utrecht in the Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL). Tim's PhD-research focuses on personal liability (under Dutch civil, administrative and criminal law) of directors and executives for environmental damage. Tim also published on topics such as climate change litigation, public interest litigation, injunctions and the innovation of legal education. Tim Bleeker studied law at the Utrecht Law College (LLB hons.) and the Legal Research Master (LLM cum laude) at the University of Utrecht. Before starting as aPhD, Tim worked as a lecturer in law at the Molengraaff Institute of Private Law of Utrecht University. | Bron: LinkedIN

Mijn eerste gedachte was dat Greenpeace minder goede kaarten heeft dan Urgenda. Het emissiereductiebevel van 25% in 2020 dat Urgenda vorderde was – gezien de eerdere toezeggingen van de Staat, maar ook in het licht van internationale klimaatafspraken en de stand van de klimaatwetenschap – behoorlijk conservatief te noemen. Bovendien gaat het om een algemene opdracht, en heeft de rechter aan de Staat overgelaten hoe ze het reductiedoel wilden realiseren.


Greenpeace vraagt nu wel een heel concrete maatregel, namelijk het stellen van voorwaarden aan de miljardensteun. De rechter zou dus meer wetgevertje moeten spelen dan in de Urgenda-zaak.

Maar het kan ook zijn dat dat de ongeclausuleerde miljardensteun zozeer tegen de klimaatverplichtingen van de Staat indruist dat die toch onrechtmatig is. In het Urgenda-arrest kwam Hoge Raad tot de conclusie dat klimaatverandering mensenrechten bedreigt, en dat er op de Staat een deelverantwoordelijkheid rust om een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de broeikasgasuitstoot. De Staat is daarom verplicht om op grond van artikelen 2 EVRM (recht op leven) en 8 EVRM (recht op familieleven, waaronder bescherming leefomgeving), zowel preventief als adaptief passende maatregelen te nemen tegen de dreiging van gevaarlijke klimaatverandering. Deze verplichting strekt zich ook uit tot het adequaat reguleren van gevaarlijke industriële activiteiten, en vliegverkeer valt daar mijns inziens ook onder. Over de maatregelen, overweegt de Hoge Raad dat verdragsstaten ingevolge het voorzorgsbeginsel ook gehouden om preventieve maatregelen te nemen als niet zeker is dat een gevaar zich zal verwezenlijken. De rechter kan toetsen of de maatregelen die een verdragsstaat neemt ‘redelijk en geschikt’ zijn. 


De Nederlandse Staat loopt namelijk achter op schema voor het halen van zijn klimaatverplichtingen, en de steun zal voorzienbaar en vermijdelijk een grote negatieve impact hebben op het klimaat. Het is de vraag of bij deze handelswijze de Staat nog voldoet aan diens deelverantwoordelijkheid om een redelijke bijdrage te leveren aan het terugdringen van broeikasgassen. Ik vind het daarom een goede zaak dat een rechter beoordeelt of de Staat dit laaghangende fruit voor klimaatwinst mag laten hangen.