Het kabinet is niet meer geloofwaardig en dat is hun eigen schuld

Bron: RTL Nieuws


26 juni 2020: "We zullen dat geld met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid terugkrijgen", zei Hoekstra over het eerste steunpakket aan Air France-KLM van in totaal 3,4 miljard.

Randy Martens schrijft over politieke economie. Hij is econoom en lobbyist bij woningcorporatievereniging Aedes. | Beeld: RTL Nieuws

23 september 2020: "Er is meer geld nodig."


Tsja. Er zijn leden van de regering die zich serieus afvragen waarom ze niet geloofd worden zoals vroeger, zonder een link te leggen met de nonchalante manier waarop de regering tegenwoordig met de waarheid omspringt.


Iedereen die ook maar enigszins bekend is met de historie van industriële noodsteun, of met de flinterdunne marges in de luchtvaart, kon op zijn klompen aanvoelen dat het steunpakket aan AirFrance-KLM niet met een 'aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' terug zou komen.


De zon komt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid morgen op, de kans dat dit steunpakket terugbetaald kon worden was hoogstens 'klein' of zelfs 'onwaarschijnlijk'.


De regering ondermijnt haar eigen geloofwaardigheid op structurele basis. Afgelopen Prinsjesdag zagen we bijvoorbeeld opnieuw dat lekken tot het standaardrepertoire van de regering is gaan behoren, de NOS maakte er zelfs een overzichtsartikel van.


Vroeger lekte er wel eens iets uit, maar tegenwoordig wordt populair beleid steevast gelekt voor de positieve impact en wordt impopulair beleid gelekt om te zien hoe slecht het valt. Valt het té slecht, dan hoor je er niks meer over. Ook in de coronacrisis is het onderdeel van de werkwijze geworden dat de maatregelen de dag vóór 'de persconferentie' al gelekt worden om het water te testen.


Het is de oudste truc uit het boek. Marcus Antonius zette in 44 voor Christus al publiekelijk een kroon op Julius Caesars hoofd om de reactie van het publiek te peilen op een mogelijk koningschap. Een ontoelaatbare ambitie in wat officieel nog de Romeinse Republiek was; het publiek reageerde met een ijzige stilte. Ook toen had iedereen het door, Caesar werd een maand later preventief vermoord in de Senaat.


Preciesheid in taalgebruik is ook al geen ideaal dat hoog in het vaandel staat in Den Haag. Het is zelfs andersom: spindokters worden als helden gezien en het vermogen van premiers om debatten dood te praten met wazigheden wordt geroemd.


De specialiteit op het Rutte-menu is de beroemde 'dat kan ik me niet herinneren'-schotel. Terugkijkend leidt dat tot een opmerkelijke bloemlezing van geheugenverlies:

  • Aan een belangrijk telefoongesprek over het bonnetje van de Teevendeal had Rutte voor het eerst 'geen concrete herinnering'.

  • Rutte schreef binnen dezelfde affaire over zijn topambtenaren: "Geen van hen herinnert zich de bijlage [over het cruciale bedrag van de Teevendeal] gelezen te hebben." Het is blijkbaar besmettelijk.

  • Daarna kreeg hij de smaak te pakken, aan het memo over de dividendbelasting had Rutte namelijk ook al 'geen herinnering'.

  • Het Zijlstra-verzinsel over Poetins buitenhuisje: "Geen actieve herinnering."

  • Aan het zelf gebruiken van wachtgeld (na een staatssecretarisschap, toen Klaas Dijkhoff daarmee in de problemen kwam) bestond ook 'geen actieve herinnering'.

  • Aan geïnformeerd worden over de burgerdoden in Irak had de premier zelfs 'nul herinnering'.

Hoe erg de premier ook in de hoek gedreven is, met deze spreuk tovert hij een minuscuul vluchtdeurtje tevoorschijn waar hij zich doorheen wurmt door strak vast te houden aan: "Ik kan niet garanderen dat het niet gebeurd is, ik heb er geen herinnering aan."


Het zijn verbale trucjes waarmee je niet liegt, maar ook niet de waarheid vertelt. Ook in de toeslagenaffaire werden we van overheidswege getrakteerd op trieste woordspelletjes over het onzinverschil tussen 'etnisch profileren' en 'mensen met een tweede nationaliteit extra controleren'.

Als u en ik thuis alles steeds zo zouden zeggen dat we technisch gezien nét niet liegen dan zou het snel klaar zijn.


Als je mensen steeds gespinde en geframede waarheden vertelt, dan dwing je de burger als vanzelf in een kind-ouder schema. 'De ouder' houdt informatie achter waar het kind er niet klaar voor is, 'het kind' belandt in de puberrol van frustratie, zeuren en wantrouwen.


Een regering die structureel nét niet de hele waarheid spreekt en zich van woordelijke trucjes bedient put haar eigen geloofwaardigheid uit. Het is daarom helemaal niet zo vreemd dat een groeiend deel van de bevolking overal complotten ontwaart, zoals rond corona, vaccinaties of 5G. Wantrouwen in de overheid is een te verwachten gevolg van een bestuurlijke communicatiestijl die niet de waarheid zoals die is, maar de welgevalligheid van de boodschap centraal stelt.