Hof wijst weigering van KLM opnieuw af om geannuleerde vlucht terug te betalen

Bron: NRC


Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze keer Europees recht, over vliegvertraging.

Foto: Piroschka van de Wouw/Reuters

Hoe hardleers kun je zijn? Anderhalf jaar geleden besliste het Europees Hof dat rechtstreeks aansluitende vluchten die zijn aangekocht met één enkele boeking als „één geheel” moeten worden beschouwd bij toekenning van het recht op compensatie bij langdurige vertraging. Toch weigerde KLM een Duitse passagier de standaardvergoeding van 600 euro te betalen toen hij in juni vorig jaar meer dan drie uur later dan gepland vanuit New York in Hamburg arriveerde. Wegens grote vertraging tijdens het eerste deel van zijn vlucht (met Delta Airlines), miste hij in Amsterdam zijn aansluitende vlucht (met KLM). De Duitser klaagde KLM aan, de maatschappij waarbij hij zijn hele reis had geboekt. De rechter in Hamburg legde de ruzie voor aan het Hof.


Dat bevestigde onlangs dat elke maatschappij die ten minste één van de rechtstreeks aansluitende vluchten heeft uitgevoerd de vergoeding verschuldigd is, ongeacht of de door haar uitgevoerde vlucht al dan niet aan de basis lag van de langdurige vertraging waarmee de passagier op zijn eindbestemming is aangekomen. De Europese regels waarborgen een hoog niveau van bescherming van passagiers, aldus het Hof. Daarin past niet dat KLM zich kan verschuilen achter de slechte uitvoering van een deel van de vlucht door een andere maatschappij.