Luchtvaart – het lelijke eendje van de Nederlandse economie

Bron: SchipholWatch


Het is de hoogste tijd de luchtvaartsprookjes de wereld uit te helpen. Te beginnen uit Nederland. Een goed voorbeeld van zo’n sprookje: het belang voor onze economie.

Foto: Pete Nuij via Unsplash

n de luchtvaartsector werken volgens opgave van minister Cora van Nieuwenhuizen zo’n 110.000 mensen. Al die mensen samen zorgen voor een bijdrage aan de Nederlandse economie van circa 10 miljard euro. Omgerekend is dat 90.000 euro per persoon. Ondanks de enorme kapitaalbehoefte van de luchtvaart ligt dat duidelijk onder het landelijk gemiddelde. De circa 9 miljoen werknemers in ons land zijn immers goed voor een bruto nationaal product van bijna 1000 miljard euro. Ofwel zo’n 20 procent boven dat van de luchtvaartmedewerker. De verschillen zijn nog veel groter als de luchtvaart wordt vergeleken met andere kapitaal-intensieve sectoren. Zo levert de gemiddelde ASML-medewerker een bijdrage van 480.000 euro aan de Nederlandse economie. Een Philips-werknemer 250.000 euro.


Elders veel waardevoller Wat zegt dit nu? Het betekent dat een medewerker die de luchtvaart verlaat en overstapt naar Philips zomaar tweeënhalf keer zoveel bijdraagt aan het landsbelang en als hij bij ASML werk vindt zelfs vijf keer zoveel. Met minder herrie en vervuiling. De luchtvaart is het lelijke eendje van de Nederlandse economie, zonder kans ooit een zwaan te worden. ‘Nationale trots’ Air France-KLM gaat gebukt onder een schuldenlast van tientallen miljarden euro’s en heeft al miljarden van de belastingbetaler in de zakken gepropt. Tegelijkertijd is het eigen vermogen gezonken tot bijna 5 miljard euro onder nul.

Volgens de VEB, een vereniging van beleggers, is minstens nog eens 10 miljard euro extra belastinggeld nodig om het bedrijf enig uitzicht te geven op overleving na de corona-crisis.


Niet vol te houden Hoewel de vliegindustrie al decennialang bestaat bij de gratie van talloze vrijstellingen op het gebied van belastingen, klimaat, milieu, veiligheid en leefomgeving, blijkt men niet in staat een volhoudbaar bedrijfsmodel te creëren. Het pamperen door de overheid is mogelijk zelfs de oorzaak van de zwakheid van de sector. Er is nooit geleerd om te gaan met tegenslagen omdat overheden maar al te graag klaarstaan een reddende hand toe te steken, veelal gedreven door valse sentimenten van nationale trots of vermeend economisch belang.


Heeft u zich ooit afgevraagd waarom een ticket naar Barcelona, Malaga of Kos niet meer hoeft te kosten dan een paar tientjes? Dat komt omdat de luchtvaartbranche letterlijk nul euro aan belastingen betaalt voor de 3,9 miljard kilogram kerosine die jaarlijks op de Nederlandse vliegvelden wordt getankt.


Vieze uitstoot Die hoeveelheid kerosine is teglijkertijd goed voor 12 miljard kg uitstoot aan CO2 en tonnen aan andere schadelijke stoffen, waaronder stikstofoxyden, zware metalen en kankerverwerkkende stoffen als tolueen en benzeen. De luchtvaart betaalt evenmin heffingen voor die vieze emissies in onze luchten. Voor de luchtvaart gelden regels die omwonenden van Schiphol aan tien keer hogere veiligheidsrisico’s blootstellen dan andere burgers van ons land. De luchtvaart is de enige sector die zomaar vijftig keer per nacht meer dan 80 decibel herrie mag uitstorten over een woonwijk met slapende kinderen en hun hardwerkende ouders.


Geen bijdrage uit de sector De luchtvaart betaalt nauwelijks mee aan onze samenleving en al helemaal niet aan de herrie, vervuiling en gezondheidskosten in ons land. Grootaandeelhouder de Staat der Nederlanden heeft al tien jaar lang geen dividend meer mogen ontvangen. Voor de komende tien jaar hoeft Den Haag daar ook niet op te rekenen, gezien de huidige staat van de sector. Daarentegen wil de branche wel dat de weinige belastingcenten die worden afgedragen één op één terugvloeien naar de eigen portemonnee. Immers wordt in koor geroepen dat de armetierige vliegtax van 7 euro niets doet tegen de uitstoot als de overheid die niet rechtstreeks investeert in minder schadelijke vliegtuigbrandstoffen. Alsof het de taak van de overheid (lees: de belastingbetalter) is om de zelf veroorzaakte problemen van de luchtvaartbranche op te lossen.


Narcistisch Alles wordt door de spindokters uit de kast getrokken om te voorkomen dat er ook maar één substantiële bijdrage wordt geleverd aan een fijne samenleving. Hoe zou de wereld eruitzien als iedere bedrijfstak zó narcistisch zou zijn als de luchtvaart. We zouden met z’n allen geen geld meer hebben voor onderwijs, natuurbeheer of veiligheid. Geen geld meer voor het ondersteunen van de minderbedeelde medemens en geen geld voor de gezondheidszorg. Dat is immers precies de houding van de luchtvaartsector – in ons land en wereldwijd. Alles is voor Bassie, zo luidt het credo van deze groep zondagskinderen. Rekening houden met de medemens is er niet bij. Er moet gevlogen worden, ten koste van alles.


Potverteren Steeds meer burgers binden de strijd aan tegen dit potverteren op de maatschappij. We zijn ons bewust van de noodzaak van luchtvaart voor een handelsland als Nederland, maar verzetten ons tegen alle oneerlijke voordelen die de luchtvaart voor zichzelf heeft geregeld. En tegen de eenzijdige overlast en vervuiling die de sector veroorzaakt.

Dankzij de zware lobby heeft deze industrie zichzelf in een volstrekt oneerlijke voorkeurspositie weten te draaien. Niet alleen ten koste van alle burgers in ons land, maar ook ten koste van concurrerende sectoren zoals milieu- en geluidsvriendelijker methoden van transport (trein, vrachtauto).


Politiek In Nederland was tot voor kort alleen de Partij voor de Dieren de enige partij die actief pleitte voor een substantiële vermindering van het vliegverkeer in ons land. Inmiddels mijdt ook GroenLinks het woord krimp niet meer en stelt SP dat het plafond is bereikt.

We realiseren ons dat het stemmen op een van deze partijen voor veel omwonenden een stap te ver is. Des te meer reden om uw stem te laten horen bij de andere partijen. Die hebben immers nog veel te leren over de schadelijke effecten van de luchtvaart. De marginale economische bijdrage van de sector ten opzichte van andere kapitaal-intensieve industrieën zou daarbij wel eens een uitstekend argument kunnen zijn.


Dit artikel is totstandgekomen met medewerking van Lammert van Raan, lid Tweede Kamer namens de Partij voor de Dieren