NLR | Kennis ten behoeve van de Luchtvaartnota

Download

NLR - Kennis ten behoeve van de luchtvaa
Download • 1.07MB



Titel

Kennis ten behoeve van de Luchtvaartnota


Auteurs

J. Derei, R.H. Hogenhuis, A. Hoolhorst, H.W. Veerbeek, L.J.P. Speijker

Type

Kennisscan


Jaar van publicatie

2019


Samenvatting

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het NLR gevraagd een beeld te schetsen van de verwachte ontwikkelingen in de luchtvaart die de komende drie decennia invloed zullen hebben op klimaat, geluid, luchtverontreiniging en veiligheid. Deze schets is bedoeld als bijdrage aan de kennisbasis die het ministerie opbouwt voor het opstellen van de nieuwe luchtvaartnota. Klimaat, geluid, geluidhinder, luchtverontreiniging en veiligheid zijn onderwerpen die de kwaliteit van leven van omwonenden rondom luchthavens mede bepalen.


Vanwege het grote aantal mogelijke ontwikkelingen en de beschikbare tijd voor het schrijven van dit rapport is er voor gekozen selectief te zijn in de te beschrijven technologieën en mogelijke vliegtuig- en motorontwerpen en daarbij niet te diep in technische details te treden. Uit het rapport komt naar voren dat de verwachting is dat de luchtvaart wereldwijd blijft groeien. De verwachte wereldwijde groei zal zonder extra maatregelen leiden tot een toename in CO2 emissies. De visie is dat op de langere termijn de luchtvaart klimaatneutraal zal zijn door nieuwe technische ontwikkelingen en alternatieve brandstoffen. Hierbij is er echter nog geen zicht op succes van de benodigde technische ontwikkelingen.


Ook in internationale gremia zijn er ambities uitgesproken (Flightpath2050, Parijsakkoord etc.) om juist een afname in gevolgen van genoemde groei te bewerkstelligen. Hoe groot de benodigde inspanning is om de verschillende technologieën gebruiksklaar te maken en te implementeren is afhankelijk van de technologie. Zo zullen de minder complexe technologieën als elektrisch taxiën en CDA-operaties eerder kunnen worden geïmplementeerd dan bijvoorbeeld elektrisch vliegen. Of de hierboven genoemde ambities kunnen worden gerealiseerd binnen nu en 2050 is nog niet duidelijk en afhankelijk van een groot aantal ontwikkelingen dat nog moet plaatsvinden en een onzekere uitkomst heeft. In welke mate de groei van de luchtvaart in Nederland zal doorzetten is onder andere afhankelijk van de wereldwijde groei en overheidsbeleid. De verwachte vlootvernieuwing kan mogelijk niet alle milieu effecten door toename van het aantallen vluchten compenseren. Dit is afhankelijk van de beschouwde luchthaven en het beschouwde scenario voor wat betreft de aantallen vliegtuigbewegingen, de vliegtuigtypen, de motortypen waarmee de vliegtuigen worden uitgerust en bijvoorbeeld de vliegprocedures.


Wat betreft geluid is onderzoek gedaan naar de toepassing van geluidmetingen, al dan niet in combinatie met berekeningen. Naast onderzoek naar het vaststellen van de hoeveelheid geluid die rondom vliegvelden wordt geproduceerd, wordt ook getracht meer inzicht te krijgen in het effect dat geluid heeft op mensen in de omgeving van vliegvelden. Zo neemt NLR deel aan het Europese ANIMA project. Dit project heeft tot doel om de meest geschikte methoden voor het verlagen van de hinder in gemeenschappen nabij vliegvelden te identificeren. Hierbij wordt getracht om meer begrip te krijgen van verschillende niet akoestische factoren die geluidhinder beïnvloeden en om de kwaliteit van leven van gemeenschappen nabij vliegvelden te verbeteren. Vliegtuigmotoren worden door de jaren heen steeds zuiniger. De trend is dat ze ook steeds schoner worden. Daarbij is er een wisselwerking tussen de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en het brandstofverbruik. De certificatie regelgeving laat ruimte voor het laten toenemen van de NOx emissies als gevolg van een verhoging van de motor drukverhouding die op zijn beurt weer bijdraagt aan een verlaging van het brandstofverbruik. Een ander aandachtspunt is de uitstoot van ultrafijnstof. Aangenomen wordt dat het inademen van ultrafijnstof mogelijk nog schadelijker is voor de gezondheid dan het inademen van de grovere PM10 en PM2,5 fijnstof deeltjes. In dit licht doet het RIVM onderzoek naar ultrafijnstof rond de luchthaven Schiphol waarbij wordt gekeken naar de blootstelling van omwonenden aan ultrafijnstof en of en in welke mate dit effect heeft op hun gezondheid.


De veiligheid van de luchtvaart vertoont wereldwijd de laatste jaren een trend van verbetering. EASA geeft aan dat de luchtvaartveiligheid, met 2 erg goede jaren (2010 en 2013), een vrijwel constant ongevalsrisico over de afgelopen 10 jaar vertoont. Om verder inzicht te krijgen in de veiligheidsrisico’s heeft het NLR verschillende studies uitgevoerd. Zo is bijvoorbeeld een analyse gemaakt van ongevallen en bijna ongevallen in het kader van het Europese onderzoeksprogramma Future Sky Safety. Het rapport gaat nader in op de technologische ontwikkelingen die de veiligheid beïnvloeden, de internationale trendmatige veiligheidsontwikkelingen en de nieuwe veiligheidsrisico’s die ontstaan door verdergaande digitalisering en automatisering. Ook de zogenaamde externe veiligheid is in deze van belang. Het gaat hierbij om de omwonenden van luchthavens en stedelijke gebieden, en onder andere over de mogelijke gevolgen van de complexiteit van luchthavens en de gevaren die het gebruik van drones en meer autonome luchtvaart in stedelijke gebieden met zich meebrengen. In het rapport is er naast de technologische ontwikkelingen ook ingegaan op ervaringen van het NLR op het vlak van community engagement en participatie. NLR hecht veel belang aan het vergroten van het inzicht in wat een goed participatietraject met de omgeving van een luchthaven kenmerkt en zoekt een betere wetenschappelijke onderbouwing hiervoor. Het NLR is daarom zowel actief in Europese onderzoeksprojecten, nationale innovatietrajecten en uitvoerend in participatietrajecten in de praktijk.


Uit de genoemde ervaringen zijn een aantal lessen te trekken welke kunnen worden meegenomen in toekomstige participatietrajecten. Het betrekken van omwonenden vanaf de beginfase van het beslistraject, het laten meebeslissen over de koers van het onderzoek en het beschikbaar stellen van begrijpelijke informatie vormen hierbij de basis voor een constructieve dialoog. Het luchtvaartdebat wordt echter dikwijls gedomineerd door de sector zelf en een kleine groep, actieve tegenstanders. Het vraagt extra inzet om ook omwonenden die behoren tot de categorie van de “zwijgende meerderheid” te betrekken. Het hebben van een referentiescenario kan omwonenden helpen de impact van een nieuwe situatie in te schatten. In algemene zin geldt ten slotte dat het communicatiemiddel afgestemd moet zijn op (de grootte van) het publiek. Zo is gebleken dat het hoorbaar maken van de te verwachten geluidsniveaus rondom nieuwe situaties met geluidshinder in een grote, volle, zaal niet goed werkt. Hier is een een-op-een weergave/beleving beter.

bron: NLR