Onwillige dans van de twee mannen die Nederland lieten vliegen

Bron: NRC


De ambitieuze dramaserie Vliegende Hollanders schetst de strijd tussen Albert Plesman en Anthony Fokker. Nederlandse luchtvaarthistorie tussen werkelijkheid en smeuïg jongensboek.

Fedja van Huêt (Anthony Fokker, links) en Daan Schuurmans (Albert Plesman, KLM) in luchtvaartdrama Vliegende Hollanders. | Beeld: AVRO TROS

Hoe wrang. Tijdens de opnamen van de dramaserie Vliegende Hollanders, vorige zomer, keek KLM uit naar de viering van het honderdjarig bestaan en de toekomst daarna. Nu de serie wordt uitgezonden staat het voortbestaan van KLM op het spel. Corona zorgt voor de grootste crisis sinds de oprichting in 1919.


Onbedoeld geeft deze wending een extra lading aan de serie over de eerste twintig jaren van KLM, de periode 1919-1939. De timing is perfect: met alle aandacht voor KLM nu is het interessant om te zien hoe het bedrijf de obstakels uit de beginfase wist te overwinnen.



Er zijn overeenkomsten. Zonder overheidssteun had KLM de eerste jaren niet overleefd. De kosten waren te hoog, de inkomsten te laag. Net als nu speelde de thesaurier-generaal, topambtenaar op het ministerie van Financiën, een hoofdrol. Nog een parallel: de directie ruziede met de piloten over arbeidsvoorwaarden. Toen ging het over een vergoeding voor de weduwes als hun vliegtuig zou neerstorten, nu gaat het onder meer over het opwaarderen van personeelstickets naar business class.


Lust voor het oog

Vliegende Hollanders is een prestigieuze achtdelige serie, vanaf zondag te zien bij AVROTROS. De ruime ervaring van producent Idse Grotenhuis (Topkapi Films) en regisseur Joram Lürsen (Alles is liefde, Bankier van het verzet) is zichtbaar. De Engelstalige aftiteling geeft aan dat de ambities van Turbulent Skies, zoals de serie heet voor de export, verder reiken dan Nederland.


Het budget van bijna 8 miljoen euro is goed besteed: Nederland tijdens het interbellum, met uitstapjes naar Duitsland en Amerika, is geloofwaardig gereconstrueerd. Op figuranten, kostuums en interieurs is niet beknibbeld. De vliegtuigen uit de computer – bijna allemaal – zijn een lust voor het oog. De serie is een uitstekend visitekaartje voor de visuele effecten van Planet X.


Centraal staat de moeizame relatie tussen twee mannen die cruciaal waren voor KLM: Albert Plesman (1889-1953) en Anthony Fokker (1890-1939). Plesman was de geestelijk vader van KLM, de man die Nederland wilde laten meespelen bij de opkomst van de commerciële luchtvaart. Fokker was de vliegtuigbouwer die in de Eerste Wereldoorlog goede zaken had gedaan in Duitsland en daarna hofleverancier van KLM wilde worden. Plesmans achterkleinzoon Jeroen nam het initiatief voor Vliegende Hollanders.


Het hart van de serie is de onwillige dans van twee grote ego’s die elkaar nodig hebben maar elkaar niet kunnen uitstaan. Het contrast tussen de twee mannen wordt door scenarioschrijver Thomas van der Ree goed uitgebuit. Plesman, in de eerste vier delen gespeeld door Steef de Bot en daarna door Daan Schuurmans, is de idealist, even gedreven als driftig. „Het luchtruim verbindt alle volkeren” is de bekendste uitspraak van de echte Plesman. Fokker, gespeeld door Bram Suijker en op latere leeftijd door Fedja van Huêt, is de opportunist die liegt en bedriegt als het hem uitkomt.


In de loop van de serie verandert het beeld. Plesman, aanvankelijk neergezet als introverte family man , wordt steeds meer de monomane bruut die hij waarschijnlijk was. KLM-geschiedschrijver Marc Dierikx spreekt over „ruwe omgangsvormen”. Fokker gaat van ijdele praatjesmaker naar tragische figuur die zijn achterhaalde vliegtuigen niet meer kwijt raakt. Steeds scherper wordt het contrast tussen Plesman als de man met een visie en Fokker als de man met een verleden.


Conflicten worden aangezet

Een dramaserie hoeft de geschiedenis niet te volgen. Producent Grotenhuis zegt het zo in de making-of van de serie: „De kunst is om de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen maar er toch een smeuïg en spannend jongensboek van te maken.”


De werkelijkheid zit vooral in locaties: het oude Schiphol, de Fokkerfabriek, het KLM-kantoor. Het spannend maken zit in relaties: conflicten worden stevig aangezet, zowel privé als zakelijk. Geschreeuw en gevloek zijn niet van de lucht. Daarbij klinken termen als „gepiepeld worden” en „gelul”, woorden die je niet verwacht in 1920.


Afwijkend van traditionele geschiedschrijving is de ruime aandacht voor de vrouwen van Plesman en Fokker. Plesmans echtgenote Suze wordt een sturende rol toegedicht, Fokkers vrouw Violet versterkt zijn tragiek. Waar of niet, de vrouwen verrijken het beeld van de twee hoofdrolspelers.


Voor een dramaserie blijft Vliegende Hollanders opvallend dichtbij de geschiedenis. Soms zelfs ten koste van smeuïgheid: in de eerste delen komt de bestuurskamer wel heel vaak voorbij. Steeds is er discussie over vliegtuigen: levertijden, financiering, hout versus aluminium. Voor een breed publiek is dat wellicht een hindernis.



Afgezien van het taalgebruik en de fraaie muziek van Merlijn Snitker schuurt de serie niet opzettelijk met de realiteit van toen. Geraffineerd gebruik van authentieke filmbeelden draagt bij aan de levensechtheid. Dit is degelijk drama zonder gekkigheid of vernieuwing. De makers hebben geprobeerd om recht te doen aan de geschiedenis.


Daarom verbaast één ingrijpende verdraaiing. Plesmans zoon Jan – bijnaam De Vliegende Hollander – stierf in werkelijkheid in 1944 omdat zijn Spitfire door de Luftwaffe werd neergeschoten. In de serie overlijdt hij als piloot bij de crash van de DC-2 Gaai in 1935. Mogelijk hebben de makers Jans dood vervroegd om zijn vader nog menselijker te kunnen tonen.

8 delen, vanaf 18 okt, 21.20u op NPO1. De hele serie is al te zien op NPO Start.