Piloten weten altijd meer gedaan te krijgen dan andere KLM’ers, maar deze keer haalden ze bakzeil

Bron: Trouw


Even leek het of KLM staatssteun zou mislopen vanwege verdeeldheid in eigen gelederen. De beschuldigende vinger wees naar de piloten. Waarom? Wat ging er mis? En hoe kwam het goed? Een reconstructie.

“United we stand, divided we lose.” Die boodschap kwam afgelopen zaterdag van KLM-topman Pieter Elbers. Het was niet de eerste keer dat hij zijn personeel opriep tot eenheid, maar dringender dan op deze zaterdagmiddag klonk die hartekreet nooit.


Zojuist was duidelijk geworden dat KLM niet kon voldoen aan een belangrijke voorwaarde voor de staatssteun die het kabinet eind juni had toegezegd. Die voorwaarde luidde dat de KLM met een plan zou komen om 15 procent te bezuinigen, onder meer op personeelskosten, en met die bezuiniging op personeel moesten alle acht vakbonden instemmen. 


Maar de vereiste eenheid binnen de KLM-gelederen was ver te zoeken. Vijf bonden tekenden vóór de deadline, zaterdagmiddag, drie bonden niet: de twee FNV-bonden voor grond- en cabinepersoneel en pilotenbond VNV. KLM is lang niet altijd een toonbeeld van eensgezindheid, maar zo scherp als de verdeeldheid zich nu openbaarde, was zelden vertoond. En niet voor het eerst viel de scheidslijn helder te trekken: de piloten tegenover de rest.


De voorgeschiedenis is overzichtelijk. KLM zit in een crisis die ze zonder overheidssteun niet overleeft. Omdat het kabinet overtuigd is van het economisch belang van de luchtvaart, heeft het die steun ook beloofd: 3,4 miljard euro aan leningen en garanties.


Minister Hoekstra gaf wel een paar opdrachten mee voor het bezuinigingsplan dat hij van KLM vroeg. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen, schreef hij voor, en daarom moet iedereen die drie keer modaal of meer verdient, 20 procent salaris inleveren. Die opdracht trof vooral de piloten, de grootverdieners binnen KLM: die zouden een veer moeten laten.


KLM kreeg tot uiterlijk 1 oktober om zo’n bezuinigingsplan bij de minister in te dienen. Dat lukte op de valreep. Een paar uur voor middernacht lagen er akkoorden met alle acht vakbonden over het inleveren van loon, de pilotenbond tekende als laatste.


Toch was er toen al ruis ontstaan – maar dat kwam pas later aan het licht. Minister Hoekstra had zichzelf een maand de tijd gegeven om het KLM-plan te beoordelen. Toen die nieuwe deadline naderde – 31 oktober, afgelopen zaterdag – werd duidelijk dat hij niet tevreden was. De loonakkoorden tussen KLM en bonden liepen tot eind 2022 (voor grond- en cabinepersoneel) of tot maart 2022 (voor de piloten), en dat vond hij niet genoeg. De staatssteun loopt tot 2025, de looptijd van de akkoorden moest daarmee samenvallen.


Crisissfeer

Was Hoekstra’s standpunt een verrassing? Voor de KLM-directie niet, zegt het ministerie van financiën beslist. En voor de vakbonden? Daarover zijn de meningen verdeeld. Maar Hoekstra bleek het hard te willen spelen: zonder langere looptijden echt geen staatssteun. Dat verraste een aantal betrokkenen wél, en toen ontstond er al snel een ware crisissfeer.


‘Het was absoluut geen nieuwe eis’, stelt CNV Vakmensen op zijn site over die looptijd tot 2025. Volgens deze bond was al maanden bekend dat de loonakkoorden samen op moesten lopen met de duur van de staatssteun. Dat stond namelijk al in de ‘termsheet’, het eisenpakket van Hoekstra dat alle bonden vertrouwelijk hebben mogen inzien.


Inderdaad, aanvankelijk ging iedereen uit van een looptijd tot 2025, zegt ook vakbond De Unie. Maar later kwam KLM zelf met de mededeling dat er met de piloten onderhandeld werd over een akkoord dat al eind 2022 afliep. Andere akkoorden hoefden dus ook niet tot 2025 te lopen. “Daarmee verdween 2025 uit beeld, nota bene op voorspraak van KLM!”, stelt De Unie.


In onzekere tijden is het lastig om langlopende afspraken te maken, reageert KLM, maar 2025 is nooit ‘uit beeld’ geweest. Andere betrokkenen denken te weten dat er iets anders aan de hand was. KLM had net een zomer achter de rug waarin de luchtvaart leek op te krabbelen. Dat voedde de hoop dat ze misschien niet tot 2025 staatssteun nodig had en dat een looptijd tot eind 2022 genoeg was. Daarna kon ze dan de leningen van de overheid – waarvoor ze hoge rentes betaalt – snel oversluiten tegen goedkopere leningen op de kapitaalmarkt.


Maar zo liep het niet. Hoekstra hield vast aan die looptijd tot 2025 en daarom riep Elbers de bonden vrijdag bij elkaar voor crisisoverleg. Hij legde ze een ‘commitment-clausule’ voor, waarin ze beloofden ook tussen 2022 en 2025 salaris in te leveren. Tekenen vóór zaterdag twaalf uur, was zijn boodschap, want anders vervalt de beloofde staatssteun.


Vijf bonden zetten inderdaad hun handtekening. “We zijn met de rug tegen de muur gezet”, meldde de bond van cabinepersoneel VNC, maar tekende wel. Net als onder meer de vereniging van luchtvaarttechnici (‘Langer bakkeleien zet serieus de staatssteun op het spel’) en CNV Vakmensen (‘Dit is geen tijd voor publicitaire of politieke drama’s’).


De FNV-bonden tekenden de clausule niet, net als de VNV. Maar de manier waarop zij dat duidelijk maakten, verschilde nogal. Wij beraden ons nog, liet de FNV weten, maar ‘we zullen nooit de toekomst van KLM op het spel zetten’. De VNV weigerde botweg te tekenen en meldde slechts per brief haar ‘verantwoordelijkheid te blijven nemen om KLM weer tot een gezond bedrijf te maken’. Dat Hoekstra geen genoegen nam met zo’n brief? Jammer, dat moet-ie ons dan maar komen uitleggen, voegde de VNV er zaterdagavond nog aan toe.


Maar al verschilde de toon, inhoudelijk leken de bezwaren van FNV en VNV op elkaar. Beide wilden ze weten wat precies de juridische status van die clausule was, beide wilden voorkomen dat ze een ‘blanco cheque’ zouden tekenen. Dan kunnen we vijf jaar lang geen rol meer spelen aan de onderhandelingstafel, zo verwoordde de FNV haar angst.


Na enkele dagen overleg, ook met meerdere ministeries en de eigen vakbondstop, maakten de FNV-bonden naar eigen zeggen ‘aanvullende afspraken’ en tekenden zij alsnog. Daardoor liep de druk op de VNV nog hoger op, en die zette uiteindelijk dinsdag haar handtekening.


Briefje

De woede over het uitblijven van handtekeningen richtte zich intussen uitsluitend op de piloten. Niet alleen binnen KLM – op internet ging een foto rond van een briefje in een cockpit: ‘Namens alle overige KLM’ers en hun gezin bedankt, we zien jullie wel bij het UWV’ . Maar ook erbuiten: VNV-voorzitter Willem Schmidt kreeg in het tv-programma ‘Jinek’ een soort openbare oorwassing van de andere gasten. “Jullie maken echt heel veel kapot.”


Die verontwaardiging valt misschien het best te verklaren uit de bijzondere positie die de piloten vanouds innemen. Altijd als er iets aan de hand is bij KLM, kijkt iedereen naar de piloten: wat krijgen zij wel en wij niet, worden zij niet weer voorgetrokken met allerlei privileges? Verongelijktheid ligt op de loer.


En dat is misschien niet zo vreemd, gezien de inkomensverschillen. Binnen maar weinig bedrijven zijn die zo groot als bij KLM. Grondpersoneel verdient soms niet meer dan een dikke 11 euro per uur. Een piloot begint zijn loopbaan weliswaar met ruim een ton studieschuld en gaat niet meteen gigantisch verdienen, maar na verloop van tijd kunnen ze uitkomen op zo’n drie ton per jaar – daarmee behoren KLM-piloten tot de best betaalden in Europa.


De scheve ogen waarmee de piloten altijd al bekeken worden, gingen nog iets bozer staan toen bleek dat die er in de onderhandelingen van alles hadden uitgesleept wat anderen niet kregen. Ze leverden 20 procent in, ja, en dat deden ze onder meer door af te zien van hun eindejaarsuitkering. Maar daar kregen ze ook iets voor terug: extra vrije dagen, waardoor geen enkele piloot hoeft te vrezen voor ontslag – terwijl grondpersoneel met honderden tegelijk op straat komt te staan.


Grootste ergernis

De piloten wisten ook toezeggingen binnen te halen over bijvoorbeeld gratis privéreizen per business class. Op kritiek van ander KLM-personeel op zulke ‘cadeautjes’ reageerden ze geërgerd. Als andere bonden aandringen op ‘gelijke behandeling’, laat iederéén dan maar 20 procent inleveren, schreef de VNV licht honend.


Maar de grootste ergernis wekten de piloten toen op 1 oktober bleek dat zij slechts beloofden tot maart 2022 in te leveren, terwijl alle anderen zich vastlegden op een tien maanden langere looptijd, tot eind 2022.


Precies de voorkeursbehandeling waarvoor andere KLM’ers altijd al gevoelig zijn: het was een onaangename verrassing voor de andere bonden. En misschien was het ook de trigger voor Hoekstra om zich hard op te stellen, vermoeden sommigen.


Het patroon kwam KLM’ers bekend voor. De piloten zijn goed georganiseerd – bijna iedereen is VNV-lid. Hun onderhandelingspositie is ijzersterk, want ze zijn min of meer onmisbaar. En altijd weten ze meer bij de directie gedaan te krijgen dan de rest. Maar deze keer haalden ze bakzeil, meer onder druk van Hoekstra dan onder die van de directie.


Intussen blijft topman Pieter Elbers oproepen tot eenheid. “We zijn er uiteindelijk als KLM en vakbonden toch samen uitgekomen”, verklaarde hij manmoedig nadat de rijen weer gesloten waren. Maar hij zag ook ‘negatieve invloed op de reputatie’ en ‘interne verdeeldheid’. “Laat me benadrukken ­dat pamfletten, intimidatie of verwensingen naar elkaar volstrekt onacceptabel zijn!”, voegde hij daar later aan toe in een bericht aan zijn personeel.


Minister Hoekstra noemde het bezuinigingsplan deze week pas ‘het einde van het begin’, want de weg naar herstel van de luchtvaart is nog lang.


De eenheid binnen de KLM zal dus nog wel vaker op de proef worden gesteld.